image1 image2

Oorsprong

De Tibetaanse terriër is afkomstig van een van de meest afgelegen regio’s ter wereld, die ook wel ‘het dak van de wereld’ wordt genoemd doordat dit gebied het hoogst gelegen plateau op aarde heeft. Tibet, het land van de sneeuw, ligt ingeklemd tussen China en India. Hoogstwaarschijnlijk stamt de Tibetaanse Terriër af van hoedende en beschermende herdershonden die leefden bij de nomadische Tibetaanse herders, die jakken, schapen en geiten hielen. In de kudde hield met de grote Tibetaanse Mastiff als beschermer tegen aanvallen van de sneeuwluipaard, de bruine beer, de wolf of menselijke rovers. Daarnaast had men behoeft aan een lichte, snelle en behendige herdershond die kon drijven en hoeden. Deze kleinere honden dienden vaak tevens al eerste alarm als zich vreemden aandienden waarna zij zich achter de grote Mastiffs opstelden.

Behalve als herdershond is de Tibetaanse Terriër hoogstwaarschijnlijk ook gehouden als gezelschapshond en waakhonden van de Tibetaanse monniken die hem een gelukbrengende kracht toedichtten. Ook bij de monniken hadden deze hondjes een wakende functie en fungeerden zij als een soort deurbel om de monniken en grote waakhonden te attenderen op bezoek.

Hij heeft zijn naam waarschijnlijk te danken aan het feit dat de eerste Europeanen die hem ontdekten vonden dat hij qua uiterlijk wel wat weg had van de Skye Terriër. De Tibetaanse Terriër wordt ingedeeld bij FCI-rasgroep 9, de gezelschapshonden maar zou op basis van zijn oorspronkelijke functie het beste horen in groep 1, de herdershonden.

Volgens sommige bronnen behoort de Tibetaanse Terriër tot de zogenaamde hypoallergene rassen: honden die gehouden kunnen worden door mensen met een (lichte) hondenallergie. Wetenschappelijk bewijs dat honden, dus ook de Tibetaanse Terriër, hypoallergeen kunnen zijn ontbreekt echter.